Elektrosmog bronnen | Laagfrequent | Hoogfrequent 1| 2 | 3 | Antennebeleid |

Hoogfrequent 2 en het TNO-Rapport evenals de ETH Studie.

Onderstaand wat grafische voorstellingen van mobiele telefonie.

Home | Nieuws | Feiten | Appell's | het bitje | Elektrosmog | Symptomen | DECT | Kritiek |

Info | SBM-2008 | Bouwbiologisch huisonderzoek | Literatuur | Alternatief | Links | Kontakt |

Elektrosmog | Meters en eenheden | Andere velden | Elektrosmog bronnen | Afscherming |
Meten van hoogfrequente velden | Afschermingsmaterialen | Afschermingsvoorbeelden

Spektrumanalyser weergave.
Links opname in de polder en rechts opname in de stad.
Merk op dat er in de stad veel meer signalen zijn.
(Bron: het bitje maart 2002, artikel door Dr.-Ing. Martin H. Virnich)

Boven het organisatiekanaal van een GSMzendmast.
Onder een belastingafhankelijk verkeerskanaal.
(Bron: het bitje maart 2002)

Pulssignalen. De telefooninformatie wordt in kleine stukjes gehakt en zo verstuurd.
(Bron: het bitje maart 2002)

Rechts een curve van het TNO-Cofam onderzoek.
Merk op, dat bij deze GSM signalen slechts vier van de acht tijdssloten gevuld en gebruikt zijn.

Het organiatiekanaal van een GSM basisstation zendt permanent in alle 8 tijdssloten uit, met volle capaciteit.
(Bron afbeelding: TNO-FEL REPORT_03148)

Typische UMTS organisatiekanaals curve.
Tussen de twee vertikale flanken zitten alle telefoonsignalen horizontaal opgesloten.
(Ze zijn hier niet zichtbaar)

De rest van het UMTS signaal is breedbandig en bestaat uit een telegramfrequentie, een woord frequentie, en een bit frequentie.
Van kHz tot GHz.
(Bron: het bitje maart 2002)

Curve van het door TNO gebruikte UMTS signaal. (Bron afbeelding: TNO-FEL REPORT_03148)
TNO heeft aangegeven dat zij voor de definitie van het UMTS signaal de richtlijnen ETSI TS 125 102 heeft gebruikt. Die gelden echter voor een UMTS-TDD signaal.
Het signaal, zoals in de afbeelding hieronder toont echter NIET een TD-CDMA signaal, maar een W-CDMA signaal (FDD), zoals ook in nederland gebruikt zal worden.

Opmerkelijk is, dat een TD-CDMA signaal zwaar gepulst is en een W-CDMA signaal niet.
Desondanks ligt de periodeduur van de signalen op ca. 0,066ms, welke 15.000 Hz betekent.

Weliswaar enkel vier stuurkanalen, dus zonder enig verkeer, maar dan toch wel gepulst met 15.000 Hz. Vergeleken met een standaard GSM-organisatiekanaal ligt dat een faktor 9 maal hoger.
(Mobieltjes zijn gepulst met 217 Hz; basisstations met 1733 Hz).

Wanneer men er van uitgaat, dat de inductie van lichaamsstromen met de frequentie, de amplitudesteilheid en de amplitudehoogte (dynamiek) toeneemt, dan is een sterkere reaktie bij UMTS tegenover GSM verklaarbaar.
Wanneer mensen nu reeds op GSM signalen reageren, zal dat bij UMTS nog toenemen.
Reden te meer om het Voorzorgsprincipe toe te passen.

Men kan zich afvragen hoe deze signalen er uit gaan zien, als er ook werkelijk dataverkeer gaat plaatsvinden, want dat was tot nu toe niet het geval!

Bij het TNO onderzoek was er een groep A van 36 *elektrosensibele* mensen en een evengrote groep B van *normale* mensen.
Opmerkelijk is, dat er een signifikante toename van gezondheidsklachten optrad.
Bij de groep B ging de totaalscore van 2,44 (Placebo) naar 3,08 (UMTS). Bij de groep B verhoogde de totaalscore van 7,47 (Placebo) naar 10,75 (UMTS). Bij de 23 vragen naar het welbevinden toonde zich bij groep A bij 8 vragen een signifikante stijging van de graad van de klachten.
Vraag 1 duizeligheid, vr 3 nervositeit, vr 8 borstpijn of ademhalingsklchten of het gevoel niet genoeg lucht te hebben, vr 16 lichaamsdelen voelen gevoelloosof tintelend aan, vr 18 delen van het lichaam voelen verzwakt aan, vr 19 zich niet kunnen koncentreren.

Een tijdscurve van het door TNO gebruikte UMTS signaal.
(Bron afbeelding: TNO-FEL REPORT_03148)

Verdere vraagtekens over genoemd TNO Rapport staan beschreven in *het bitje* jan/feb 2004.

TNO-FEL REPORT_03148.pdf | oorspronkelijk TNO Rapport

TNO kritiek.pdf | kritiek op TNO Rapport van een Zwitserse Forschungsstiftung

 

Op 28 juni doet de Gezondheidsraad een persbericht uitgaan omtrent de wens naar nader UMTS onderzoek.

Persbericht

GR advies TNO-onderzoek.pdf

Echter de konklusies van de GR zijn niet juist. Men konstateert dat er geen effekten bij GSM zouden zijn opgetreden.
Die konklusie is niet juist.

Blijkbaar kan de GR niet goed lezen.
In de eerste plaats heeft men er geen rekening mee gehouden, dat als de proefpersonen eerst aan de zware UMTS zijn blootgesteld, zij daarna aan de minder zware GSM straling weinig effekt kunnen voelen, omdat de UMTS effekten nog aanwezig zijn.

Als men echter de totaal-scores van de beide groepen bekijkt, is het zo, dat bij *training* groep A (de elektrosensibelen) deze 5,72 bedroeg en bij groep B 1,83.
De totaalscore bij GSM900 bedroeg bij groep A 8,71 en bij groep B 2,25.
Daaruit volgt een signifikant verschil ook voor de GSM expostitie.

TNO heeft enkel effekten op zeer korte termijn aangenomen en geen kumulatieve.
Bovendien zijn de mensen uit groep A thuis ook reeds aan GSM straling blootgesteld, en zelfs aan de hoeveelheden zoals bij de proeven zijn toegepast. Enerzijds zijn ze voorbelast en anderzijds is het geen uitdaging, maar iets waar ze reeds aan gewend zijn.

Zoals reeds in *het bitje* van jan/feb 2004 beschreven, heeft men bij het TNO noch bij de Gezondheidsraad nog steeds geen enkel begrip van het fenomeen *elektrosensibiliteit*.

Technische bezwaren aan het TNO Onderzoek:

1. Er is niet direkt bij de proefpersonen gemeten aan hoeveel straling zijn waren blootgesteld.
Men heeft dat *berekend*, vanaf 3 meter verderop.
2. Men heeft het over een elektrisch wisselveld van 0.71 V/m en 1 V/m. Echter de aangegeven meetsonde van Holaday begint pas te meten vanaf 3 V/m tot 300 V/m. Deze meetsonde kon de opgegeven waardes helemaal niet meten! Hier zijn rekenkunstjes toegepast; dat is zeer onzuiver en technisch zeer laakbaar!
3. De elektrische meetsonde is vlak voor de Antennes gehangen. Dat is in het *nabije veld*. Daarvoor gelden de regels, dat ook het magnetische veld gemeten dient te worden. Echter in het hele rapport is geen magnetische sonde te bekennen.
4. Een GSM signaal is niet met een frequentiegenerator na te bootsen, daar het een zeer grillig en snel veranderend signaal is. Bovendien waren slechts vier van de acht kanalen bezet; dat is niet conform de praktijk.
5. De GSM signalen als ook het UMTS signaal waren enkel als organisatiekanaal gebruikt.
Het in de praktijk optredende dataverkeer
was niet verwerkt. Dat geeft een veel hogere belasting.

In ieder geval is het goed dat er vervolgonderzoek UMTS komt.

Volgens uitlatingen van de ETH (www.mobile-research.ethz.ch) worden de resultaten pas bekendgemaakt, nadat een artikel in een tijdschrift is onderzocht (“Peer-Review Process”) en ter publikatie is aangenomen!
Opdrachtgever is de Forschungsstiftung Mobilkommunikation mit Sitz an der ETH.

60% wordt bekostigd door de zwitserse overheid (BAG, BAKOM, BUWAL) en nederlandse ministeries van EZ, VWS, VROM en SZW.
40 % door Swisscom Mobile, Orange und Sunrise.

Een echt herhaalonderzoek is het niet, want GSM900 en GSM1800 worden er niet bij betrokken.

Men neemt enkel UMTS. Bij het TNO-Cofam onderzoek gebruikte men 1 V/m.
De Zwitsers nemen nu 1 V/m en 10 V/m, ofwel 2652 en 265.251 uW/m2.

Zieken en mensen boven de 60 mogen niet meedoen.
Stel je voor dat hun bloeddruk en diabetes aantoonbaar zouden veranderen!

Tja, en waarom ineens die uit de lucht gevallen 10 V/m ???
In de praktijk is gebleken, dat UMTS mobieltjes veel meer straling nodig hebben dan GSM. Op plekken, waar GSM toestellen nog net wel werken, laten UMTS mobieltjes het kompleet afweten.
Toch zitten de zwitsers er een beetje mee. Alhoewel de buiten grenswaarden 61 V/m bedragen, geldt voor binnen in gebouwen (mit empfindlicher Nutzung ) een immissiewaarde van 6,1 V/m.

De ETH stelt echter, dat volgens de wet een waarde van 10 V/m toegelaten is, wanneer de expositie van meerdere zenders op een enkele plaats samenkomen. Daarbij stelt men tevens, dat het stralingsniveau direkt rondom een UMTS mobieltje nog met een veelvoud hoger is. Daarom is de expositie bij het onderzoek op 45 minuten beperkt.
Men blijft stellen, dat die 10 V/m enkel ten doel heeft een dosis-werking mechanisme te onderzoeken.

Let wel, er is nu een hype over UMTS, en niemand heeft het nog over GSM.
Ik kan u verzekeren, dat wanneer men proefpersonen blootstelt aan 10 V/m, ofwel 265.251 uW/m2 van echte GSM straling, deze personen nog sneller zullen omvallen dan bij UMTS.

Het is onzin om enkel tegen UMTS te zijn; GSM is net zo schadelijk!

Lees verder Hoogfrequent 3

Tijdsfaktor bij elektrosensibiliteit

De TNO Cofam Studie als ook de komende ETH Studie zijn nietszeggend omtrent het ervaren van HF straling. De pauses dienen minstens een dag bedragen, en dan nog wel in een stralingsarme omgeving; niet in een laboratorium waar het barst van de antennes.

Bij de ETH heeft men wel een pause van steeds een week in acht genomen, maar blijkbaar niet in overweging genomen, wat er zich binnen die week gebeurde.

De *wetenschappers* hebben namelijk absoluut geen benul wat elektrosensibiliteit inhoudt.
De proefpersonen worden kortstondig *bestraald*, hebben dan een korte pause, en worden vervolgens weer *bestraald*.
Maar zo werkt dat niet. De mens is geen mechanische robot en laat op knopdruk niet gewaarworden of zij iets *voelen*.
Bij elektrosensibilteit is het kenmerkend, dat het tijdpunt tussen expositie of blootstelling en gewaarwording van effecten zeer verschillend kan zijn. En voor iedere persoon anders.
Er zijn mensen die direct, binnen enkele minuten, iets gewaarworden. Anderen na ca. 20 minuten. Nog anderen, die pas vandaag last hebben, waaraan zij gisteren waren blootgesteld.

Ook is een belangrijke faktor, hoe hoog de voorbelasting is. En met voorbelasting speelt de totale elektrosmog een belangrijke rol, dus ook de laagfrequente storingsbronnen.
Kwamen de proefpersonen met het openbaar vervoer? Trein? Tram? Bus?
Waren ze voordien in een supermarkt met TL-lampen, diepvrieskasten en elektronische kassa's? Was in het hotel een DECT telefoon? Een draadloos computersysteem?
Had het bed in de slaapkamer metalen onderdelen, zoals bv. een boxspring?
Dan zijn de proefpersonen zeker en vast zwaar voorbelast.

Wat die *wetenschappers* ook niet begrijpen, is het feit, dat die belasting zich zeer snel in het lichaam neerslaat, maar veel langere tijd nodig heeft om in het lichaam weer afgebouwd te worden. Deze afbouw kan twee dagen tot een hele week in aanmerking nemen. Vooropgezet, dat dit in een stralingsarme omgeving kan plaatsvinden.

Wanneer men aan slapeloosheid lijdt, dient men ook andere oorzaken in ogenschouw te nemen. Ik bedoel niet enkel naar een GSM zendmast in de omgeving (of DECT of Wlan bij de lieve buren). Nee, men dient goed na te denken waaraan men overdag is blootgeteld geweest.
Bijvoorbeeld op de werkplek. TL-lampen, halogeenverlichting, metalen onderstellen van tafels die sterke magnetische gelijkvelden kunnen bevatten. Computerbeeldschermen. DECT telefoons in andere kamers. En natuurlijk ook de daar aanwezige zendmaststraling.
Het lichaam wordt daar reeds *opgeladen*.
De stoorbronnen thuis vormen dan de druppel die de emmer doet overlopen.
Hoe vaak hoort men niet, dat mensen wanneer zij op vakantie zijn in een stralingsarme omgeving, zij zich na een, twee dagen als herboren fris en gezond voelen. Echter na thuiskomst zeer snel hun klachten weer ervaren.

Aldus, wanneer elektrosensibelen lijden aan slapeloosheid in een stralingsarme slaapkamer, kan het zijn dat dit te maken heeft met de blootstelling overdag, omdat het lichaam dat nog niet heeft kunnen *verwerken*.

Elektrosensibelen dienen voor zich zelf te onderzoeken en vast te stellen:
- wanneer zij aan straling zijn blootgesteld,
- wanneer zij daarvan de klachten hebben ervaren, en
- wanneer deze klachten weer verminderden (bij verlaten van de storingsbron(nen)).

Prof. Karl Hecht heeft in zijn 4 PDF bestanden in zijn kritiek op Silny's Frequentia, ook veel over de tijdsfaktor geschreven. Hij heeft ook kritiek, dat men steeds slechts korteduurproeven heeft gedaan.
De Russen heben langeduurproeven gedaan, maar die worden hier dood gezwegen.

Het moge duidelijk zijn, dat wanneer de voorbelasting gering is, een blootstelling sneller *verwerkt* wordt, dan wanneer de voorbelasting groot is. Dan kan het zeer lang duren.

Wanneer we dit onderzoek eens van een andere kant bekijken komen er ook volgende vragen bovendrijven:

Men had een kontrole groep en een aantal *elektrosensibele* personen. Niemand weet of deze personen inderdaad echt elektrosensibel zijn. Zij zijn niet onderzocht; men ging uit van een eigen verklaring.

Veel elektrosensibelen in Zwitserland hebben zich aangesloten bij Gigaherz.ch. Vreemd is, dat na vele oproepen van Gigaherz.ch, slechts 4 = vier personen zich hebben gemeld. Alle vier hebben zij verslag gedaan over hun *lijdenservaring* bij het ETH onderzoek.

In de verslaggeving, althans het tijdschriftartikel, is daar niets over terug te vinden.
Dat heeft betrokken personen nogal verbaasd, aangezien zij dat goed gerapporteerd hadden.

Er rijst de vraag of er van de 33 zogenaamde *elektrosensibelen* slechts 4 echt elektrosensibel waren, en de anderen gewoon simulanten waren, die onder valse vlag wilden meedoen om de uitslag te beinvloeden.
Vreemd is ook dat de *elektrosensibelen* helemaal niet zijn onderzocht of ondervraagd op hun merites. Iedereen kon zich wel elektrosensibel verklaren, zelfs *Mobilfunkers*!

Geen van al die wetenschappelijke bozo's die zich deze vragen stelt.
Men heeft 485.000 Euro op tafel gelegd, opdat nog vóór de officiele bekendmaking van de resultaten, staatssecretaris van Geel al victorie kon kraaien bij RTL-TV: *UMTS is dus onschadelijk*

Volgens de uitslag van dit ETH onderzoek mogen alle UMTS zenders dus 45 MINUTEN per WEEK werken en de rest vande tijd uitgeschakeld blijven. Daarbij mag men aannemen dat 3.4 % van de bevolking met gezondheidsklachten kan rekenen.

Want dat is de eigenlijke conclusie waar van Geel en cs. aan voorbijgaan.

U denkt wellicht dat dit alles overdreven is?

Lees dan: krantenartikel

Zou de ETH Studie gemanipuleerd zijn?

Jazeker: zie *het bitje* September 2006

ETH onderzoek onafhankelijk?

De ETH studie heeft 723.000 zwitserse franken gekost, ofwel 485.000 Euro. 40 % betaald door de industrie en 60 % door overheden; zwitserse en nederlandse. Tot deze overheden behoren VIER nederlandse ministeries. Hoeveel deze ministeries hebben bijgedragen aan die 291.000 Euro is onduidelijk.
Wel is bekend dat de vergaarde gelden beheerd werden door Dr.Gregor Dürrenberger, leider van de Forschungssstiftung Mobilkommunikation. Deze gelden werden niet meteen uitbetaald, maar steeds met mondjesmaat in gedeeltes. Steeds nadat men een tussenrapport had gegeven, welke werd beoordeeld en goedbevonden, werd dan een deel uitbetaald.
Objektief? Onafhankelijk?

Op de website www.vrom.nl/antennes staat:
Daarnaast heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het onderzoek nu al kwalitatief beoordeeld. Dit omdat contractueel is vastgelegd dat alleen de financiers van het onderzoek er vooraf inzage in konden krijgen.
Hoezo?
Er werd toch steeds beweerd dat niemand, maar dan ook niemand, vooraf inzage zou krijgen.
Nu blijkt dat dit toch geschiedde, en nog wel contractueel.

Opmerkelijk is ook, dat het RIVM enkel en alleen het tijdschriftartikel heeft beoordeeld. Hoe kunnen zij dat nu serieus doen, zonder over gegevens en data te beschikken?

Men kan gerust stellen dat dit onderzoek GEEN replica van TNO is, maar een geheel ander onderzoek, met geheel andere parameters.
En dat nog eens herhaald dient te worden, door anderen.

Een echt rapport is er blijkbaar niet. Niemand kan zo beoordelen of het onderzoek wel juist is uitgevoerd. Hoe zien de vragenlijsten er uit? Een analyse is zo niet mogelijk.

Van de 117 personen werden er slechts *44 tests geanalyseerd*. Waarom?
Waar zijn die andere 73 gebleven?
Of moesten 73 personen de test afbreken en doen daarom statistisch niet mee?
Statistisch gezien is het grotere aantal proefpersonen goed, maar de verhouding elektrosensibelen tot niet-elektrosensibelen is hier geheel anders dan bij TNO.

De elektrosensibelen zijn *zelf verklaard* zonder enige test. Waren alle elektrosensibelen wel echt elektrosensibel? Waren er wellicht enkele *Mobilfunkers* bij die de resultaten wilden beinvloeden?

Prof.dr.ir. Peter Zwamborn, de leider van het TNO onderzoek, en deelnemer inhet wetenschappelijk experten panel van het design team van de ETH studie vraagt zich in een nederlands krantenartikel af hoe het zit met de uitkomsten van het onderzoek.

Zwamborn stelt dat het Zwitserse onderzoek deskundig is uitgevoerd, maar zou graag meer inzicht hebben in de toegepaste correctiefactoren bij bepaalde uitkomsten. „Als een uitkomst buiten het verwachte bereik ligt, kun je die eruitgooien vanuit de gedachte dat de waarneming niet klopt. Hoe dat in deze studie is gebeurd, is me niet duidelijk.”
Dus een deelnemer aan het expert panel weet dat niet !!!!!!!
Dat heeft men dus voor hem verborgen gehouden!

Vragen, vragen, vragen.

En Zwamborn stelde vroeger, dat het uitgangspunt van de TNO studie was om aan te tonen dat er geen effecten zouden optreden, en hijzelf was hogelijk verbaasd toen bleek dat die wel optraden.
Daar is hij dus heel eerlijk in.
En het lijkt er nu op, dat het ETH onderzoek pertinent heeft willen bewijzen, dat er geen effecten mogen optreden. Want dat is in het belang van ALLE sponsors van de studie.
Zonder een rapport met data en grafieken kan men de ETH studie niet controleren, laat staan vergelijken met de TNO studie. Zeker met de vele veranderde parameters.
En toch geeft men af op het TNO rapport.
Ons inziens niet terecht.

Dr. Peter Achermann, de leider van het ETH onderzoek stelt:

*There is no "full report". We published our paper in a peer-reviewed journal, as it is scientific praxis, and all the necessary information is provided in the paper.*

Dus er is een studie van 485.000 Euro en geen volledig rapport. Dat is onbegrijpelijk.

Totaal onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.

Men mag daarom ook aanemen, dat het peer-review, zonder een rapport met werkelijke data, niet behoorlijk is verricht.

ETH stelt dat de proefpersonen waren blootgesteld aan maximaal 0,2 uT = 200 nT.
Dat is echter een zeer hoge hoeveelheid magnetische veldsterkte.
Zeker als de personen onderweg naar Zurich met openbaar vervoer aan grote hoeveelheden magnetische wisselvelden zijn blootgesteld geweest, plus nog eens de vele zendmasten.

Nee, dit ETH onderzoek is een rommeltje.

Noch schriller staat het tegenover de konklusie van het persbericht:
Die Versuchspersonen waren zudem nicht in der Lage, die UMTS-Strahlung wahrzunehmen.

Het lijkt wel, alsof de opstellers de opmerkingen van de psychologen, de proefpersonen en anderen niet gelezen hebben.

Trouwens, staatsecretaris van Geel heeft zijn TV-uitspraken van RTL al een week van tevoren laten opnemen, nog voordat de resultaten bekend gemaakt werden!
De haan kraaide victorie, maar daar is helemaal geen reden voor.
Zijn uitspraken raken kant noch wal en volkomen misplaatst.
Het onderzoek heeft helemaal niet aangetoond, dat UMTS onschadelijk is.
Na 45 minuten werden enkele personen zeer onwel.
Er werd niets onderzocht over langere duur, dus daar kan niets over gezegd worden.
Dat kunnen enkel bewoners, die nu al langer bestraald worden.

Opmerkelijk is ook, dat geen sterveling weet aan hoeveel straling de proefpersonen zijn blootgesteld geweest. Tijdens de proeven is er niet gemeten!

Men heeft enkel voor en na een proef wat gemeten; en ik heb de indruk dat men met wat SAR waarden heeft zitten goochelen. Een computer regelde het een en ander.
Misschien drukte iemand wel op een verkeerde toets. Wie zal het ooit weten?

There is no "full report". We published our paper in a peer-reviewed journal, as it is scientific praxis, and all the necessary information is provided in the paper.
Regards, p. achermann

We hebben enkel het peer-reviewed artikel, geen echt volledig rapport. Geen details en alles is nogal vaag. Voorts ontbreken er een aantal gegevens om de zaak goed te kunnen beoordelen.
Nergens is te vinden wat voor een E-sonde men gebruikt heeft; merk, type, etc.
Men heeft ook hier dezelfde fout gemaakt als bij TNO: de E-sonde hangt direct voor de zender, dus in het nabije veld (verreveld begint pas bij 1.40m). Dan zou men ook het magneetveld moeten meten. Is dat gebeurd?
Vreemd is ook, dat men vermeldt vóór en na de proeven te meten. Maar als men met een vaste E-sonde vlak voor de zender meet, weet men absoluut niet hoeveel de stralingshoeveelheid bij de proefpersoon op 2 meter afstand is.
(Wellicht is het allemaal geschat?)

Bij TNO kan men grafieken van de signalen in de rapportage vinden; bij ETH is er niets over bekend.

Vraag rijst, of het wel een echt UMTS signaal was. In ieder geval geheel anders.
Bij TNO was het GSM signaal ook niet echt (slechts 4 van de 8 tijdssloten in gebruik).

In ieder geval was het door ETH gebruikte UMTS signaal anders dan dat van het TNO.

Het zwitserse Bundesamt für Metrologie und Akkreditierung (METAS) sleutelt nog steeds aan de onnauwkeurigheid van een faktor 4.3 bij acht verschillende meetapparaten (alle in de prijsklasse van meer dan 25.000 Euro), maar desondanks gaf Niels Kuster, een van de onderzoekers, een meetnauwkeurigheid aan van 5% . Daar kan men bij de METAS nog een puntje aan zuigen. Voorlopig moeten we echter aannemen dat de bestraling vanwege deze raadselachtige meetverschillens in plaats van 1V/m net zo goed 0.23V/m kon bedragen.

Hier nog een bericht, ditmaal van een advocate:

Ich habe nach dem zweiten Versuch der Assistentin mündlich bei der letzten Sitzung mitgeteilt, dass ich sehr intensiv auf die 10v/m reagiert habe. Auch habe ich dies im Schlussfragebogen noch einmal aufgeworfen. Ich frage mich nun, in welcher Form diese Angaben berücksichtigt worden sind. Nach den individuellen Ergebnissen habe ich den Verdacht, dass diese Angaben nicht berücksichtigt worden sind oder in das Kapitel, "schwache Reaktionen , die keinen Zusammenhang mit der Befeldung haben" abgelegt wurden. Sodann bitte ich Sie aufzuklären, wie ein Befund wie der meine, der die Befeldung von 10v/m mit einem Faktor 2 angibt, währenddem die Befeldung von 1 v/m eine Woche später mit einem Faktor 20 angegeben wurde, eingeordnet wird. Abgesehen davon möchte ich Ihnen auch zur Kenntnis bringen, dass ich mit dem Fragebogen grosse Mühe hatte, den richtig zu beantworten. Dass dieser validiert war, ändert daran nichts. Deshalb ist es sehr wahrscheinlich, dass die Angaben der Versuchspersonen nicht zutreffen. Hinzu kommt, dass wer nicht mehr aufnahmefähig ist oder nur mit grosser Willenskraft reagieren kann oder sich wie vom Boden abgehoben fühlt (nach der 10v/m Befeldung), wohl kaum sagt, es gehe ihm schlecht. Als Anwältin (und sicher gibt es auch andere Berufsparten) bin ich darauf trainiert, das Letzte zu geben, wo andere schon längst aufgegeben hätten. Heute muss ich rückblickend sagen, dass ich die BEFELDUNG von 10 v/m spürte, denn als ich befeldet wurde, traf es mich wie ein Schlag. Ich hielt aber durch und nach den 45 Minuten war ich derart fertig, dass ich nur noch wie im Trance antworten konnte und das und wie ich befeldet war, habe ich natürlich nicht mehr realisiert. So gesehen war der Fragebogen wertlos, da man nur mit ja oder nein auf sich ständig wiederholende subtile Abstufungen antworten und nichts schildern konnte. Ende des Berichtes.

********

Am Telefon hat mir die Anwältin gesagt, dass sie bis 24 Stunden nach der 10-Volt/m Befeldung nicht mehr in der Lage war, eine Konferenz zu führen. Und das sie eine ganze Woche lang immer noch Mühe bei ihrer Arbeit, vor allem bei Konferenzen hatte. Sie habe sich gefühlt wie nach einem LSD-Rausch, den sie als 16-Jährige einmal hatte.

Die 4. Person will keine Angaben machen. Sie hat Angst vor Repressionen. Ihr Rapport stimmt jedoch mit den 3 bekannten Personen gut überein. Wir von Gigaherz müssten als grösste Schweizer Organisation von Mobilfunkkritikern und Elektrosensiblen mindestens 20 Probanden mit Namen kennen. Auf unseren Aufruf im Internet hin (3000 Zugriffe pro Tag) haben sich nur 4 Personen gemeldet. Wir schätzen dass nur maximal 8 Probanden elektrosensibel waren und dass mindestens 25 von der Mobilfunklobby untergeschoben worden sind.

Bron: Gigaherz.ch

Het is er nu: ETH onderzoek, publikatie in Environmental Health Perspectives

Zoals gewoonlijk wijkt de persmededeling af van wat er feitelijk in het rapport staat.

Dat rapport zelf hebben we nog niet gezien, wel de publikatie van het peer-reviewed artikel.

En daar rijzen meteen een aantal vragen.

Men verwijt het TNO Cofam onderzoek, dat hun gebruikte stralingsbundel (knotsvorm) van de antenne slechts 5 graden bedroeg, en dat daardoor een grote verscheidenheid aan stralingsverschillen bij de proefpersonen kunnen ontstaan.
Daarom heeft de ETH een andere antenne genomen, die een veel bredere stralingsbundel (bolvorm) vertoont en een gelijkmatiger stralingsbeeld zou geven.
Des te verwonderlijker is het dat bij dezelfde (als TNO) en 10-voudige stralingshoeveelheid, en nu gelijkmatiger over het lichaam verdeeld, er GEEN effecten zouden zijn gekonstateerd.

Dat staat in schril kontrast tegenover de getuigenissen van enkele deelnemers aan dat ETH onderzoek.

Roger Meier heeft deelgenomen aan het onderzoek. "Ik moest vier keer naar Zürich. De eerste keer voor een proeftest. De tweede, derde en vierde keer voor bestraling met 0, 1 of 10 Volt per meter. Mij werd gezegd dat elke avond slechts één sterkte werd gebruikt. In de afgeschermde ruimte stond een houten tafel met een toetsenbord, plat scherm, muis en een kastje met knoppen. De stoel stond op een rood kruis op de vloer. Mijn hoofd was ongeveer twee meter van de antenne, een kleine antenne van 10 bij 15 centimeter op een statief. Achter mij was een camera, het gedrag van de proefpersonen werd op video opgenomen. Ik moest elke avond twee cognitieve tests van vijftien minuten doen op de computer. Voor en na de test vulde ik een vragenlijst in over mijn welzijn."

Meier werd voor zijn gevoel de eerste avond niet bestraald, de tweede avond met 1 Volt per meter en de derde met 10 Volt per meter. "De derde avond werd voor mij steeds onverdraaglijker. Kort voor de pauze werd ik onwel. Ik kon bijna niet verder gaan. Maar ik heb de test afgemaakt, omdat ik vermoed dat mijn resultaten anders in de prullenmand zouden verdwijnen. Gelukkig was ik met de trein, ik weet niet hoe ik thuis gekomen ben. Mijn vrouw vroeg of het wel goed ging, ik zag er ernstig ziek uit. De volgende dagen had ik sterke migraine, die ik anders nooit heb. De week erna had ik hevige kiespijn. Ik heb mijn gezondheidsklachten op een vragenlijst ingevuld en naar de universiteit gestuurd, maar niemand heeft zich om mijn problemen bekommerd."

Armin Furrer woonde in Visp, Zwitserland, met meerdere antennes in de omgeving. Hij kon niet meer slapen en kreeg hersenbloedingen. "Anderhalf jaar geleden kwam er een antenne van Vodafone bij. Ik moest overgeven, kreeg hoofdpijn en spanning in mijn spieren. Ik ben door de psychiater en specialisten onderzocht en ben gezond. Toen merkte ik dat het mij veel beter ging in een omgeving zonder antennes." Furrer is verhuisd naar een dorp zonder antenne en kan zijn werk, meubelmaker, weer gewoon uitvoeren. Hij nam deel aan het onderzoek van de ETH. "Ik heb tweemaal gevoeld dat 10 Volt per meter werd gebruikt. Mijn waarneming klopte met de videobeelden. De psychologe zei: 'ik zie dat u anders beweegt, met verkrampte spieren, u zit niet meer rustig'. Een half uur later kreeg ik een bloederige tong."

(Zie persartikel Frans van Velden 28 Januari 2006.)

Een normale burger kan nog wel eens moeite hebben met het begrijpen van gestelde vragen.
Echter, een advocaat is er op getraind om iedere vraag en ieder antwoord op een goudschaaltje af te wegen en zich de konsekwenties van iedere vraag goed te realiseren.

Als een advocaat dan al vertelt zich niet meer te realiseren wat in de antwoordenlijsten ingevuld te hebben, mag men aannemen dat de andere proefpersonen ook maar wat voor zijn mallemoerskont hebben ingevuld.

Nog afgezien van het feit dat deze proefpersonen nog lang nadien last hadden van de bestraling, mag gesteld worden dat de kwaliteit van de ingevulde enqueteformulieren hoogst tweifelachtig zijn, omdat de betreffende proefpersonen niet goed bij zinnen waren.

Zij waren als het ware gedrogeerd.

 

Hier een uitstekende beschrijving over UMTS signalen van Dr.-Ing. Martin H. Virnich

Hier nog een artikel van zijn hand: Eine aktuelle Bestandsaufnahme

Hier een beschrijving van een UMTS testsignaal.

Die Haupt-Pilotkanäle bei UMTS sorgen für einen 15 kHz-Pulscharakter. Darüber hinaus setzt sich das UMTS-Signal noch aus einer Vielzahl von  Einzelfrequenzen von 100 Hz und ganzzahligen Vielfachen sowie 1,5 kHz  und ganzzahligen Vielfachen zusammen.

Meer leugens omtrent de ETH Studie, bekend op 30-07-2008.

Zie het dokument van Bawa

Daaruit blijkt, dat de Gezondheidsraad al in November 2006 op de hoogte was, dat er bij dat ETH onderzoek een uitval was tot wel 6,5 %. En dat heeft men al die tijd verzwegen.

Buiten een zeer summier tijdschriftartikel is er nog steeds geen normale rapportage over deze ETH studie. Ook de vier nederlandse ministeries, welke toch zo'n slordige 400.000 Euros hebben meebetaald, hoeven geen rapportage.

Tja, en zonder een rapportage kunnen we helemaal geen oordeel vellen over genoemd onderzoek. Wetenschappelijk gezien bestaat het niet.
Dr. Virnich stelt in het boven aangehaalde stuk over UMTS-Signalen:

Als er iemand is, die veel van signalen, meten en meettechniek afweet is dat toch wel de auteur van bovenvermeld stuk, Dr.-Ing. Martin H. Virnich.

En als we dat goed lezen, stelt hij dat voor studies omtrent biologische werkingen van UMTS signalen er verschillende signalen mogelijk zijn, daar men bij de samenstelling ervan over veel vrijheden en instelparameters de beschikking heeft.
Daarvoor is het wenselijk dat men afgesproken gedefinieerde signalen gebruikt.
Bij deze ETH studie weet niemand wat voor soort signalen men gebruikt heeft!

Men kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat men daar in Zwitserland het een en ander te verbergen heeft.

Bij de TNO studie had de zender een lansvorm; bij ETH een bolvorm. Denk daar maar eens over na!
Hieronder de stralingsvorm van de door TNO gebruikte GSM zender. De proefpersoon zat op 3 m afstand. Het lichaam werd daar slechts plaatselijk *bestraald*.
De ETH zender heeft een bolvorm als stralingsvorm, doch hoe is onbekend.

Om op 3 meter afstand 1 V/m te verkrijgen is iets geheel anders dan om dat op bijvoorbeeld 300 meter afstand te hebben.